Even voorstellen

Een van de professionals die achter de schermen hard aan het werk is voor Het Jeroen Pit Huis, naast zijn huidige werk als kinderrevalidatiearts bij het Emma Kinderziekenhuis, is Mattijs Alsem. Een paar vragen aan hem.

Wat is jouw rol in het project Het Jeroen Pit Huis ?

“Die is tweeledig. Ik help mee om te bedenken welke zorg en welke interventies relevant zijn voor ouders straks. Ook kijk ik naar het plan van aanpak voor het functioneren van het kind samen met het hele gezin. In Het Jeroen Pit Huis gaan we met veel verschillende disciplines samenwerken met ouders en andere gezinsleden. Vanuit mijn rol als revalidatiearts probeer ik te helpen om dit zogenaamde multidisciplinaire werken vorm te geven, waarin het gezin centraal staat. Tevens denk ik als onderzoeker mee in de vraagstellingen met betrekking tot zorg en interventies: hoe kunnen we ‘meten’ of interventies werken en of de zorg in Het Jeroen Pit Huis zinvol is?”

Waarom vind jij het belangrijk dat Het Jeroen Pit Huis er komt?

“Wat wij in het ziekenhuis horen van ouders is dat er te weinig gebeurt om de ouders te ondersteunen in de zorg voor hun ernstig zieke kind(eren) en hun gezin. Het gat tussen het ziekenhuis en thuis is te groot. Het Jeroen Pit Huis kan hier perfect tussen staan om de ouders te ondersteunen. Het “samen-management” tussen ouders en zorgprofessionals voor het zieke kind is essentieel in de ontwikkeling van kennis en vaardigheden van ouders. Deze empowerment helpt hun ook om het thuis met het kind en het gezin goed te organiseren. Een goed en gezond functionerend gezin is een belangrijke voorwaarde voor het kind”.

Wat is jouw rol bij het wetenschappelijk onderzoek?

“Samen met het onderzoeksteam inventariseren we wat de behoeften van ouders en professionals zijn, en hoe we in deze behoeften kunnen voorzien. Ik heb in onderzoek ervaring met hoe we de relatie tussen arts en ouders kunnen ondersteunen, en hoe we ouders kunnen betrekken bij onderzoek. We moeten daarbij zorgen dat we zinvolle behandelingen aanbieden, waarvan we aan kunnen tonen dat ze helpen”.